Een lofzang als fris wijwater

Concert door Vocalise
Scratch Koor en Scratchorkest o.l.v. Albert Wissink. Solisten: Mieke Doeschot
(sopraan), Annelies Lamm (alt), Kevin Doss (tenor) en Arnout Lems (bariton).
Programma: Mozart, Mendelssohn. Gehoord: 12/5 De Brink
BENNEKOM
Voor de
vijfde keer organiseerde het Edese Vocalise de Vocalise Scratchconcerten.
Scratchconcerten zijn uitjes voor zangliefhebbers. Eén avond en één dag lang
zing e in een instant-koor en studeer je met vocalisten uit alle windstreken
een paar mooie koorwerken in. Het maakt niet uit of je goed kan zingen. Net als
bij de olympische spelen deelnemen belangrijker dan winnen.
Badkamertenoren
en schuifdeursopranen worden even hoog gewaardeerd als conservatoriumstudenten
of popbandzangeressen. Van de honderdzestig scratchers hadden er dan ook zo’z
zestig niet eerder in een koor gezongen. Dat was geen probleem voor koorfanaat
en dirigent Albert Wissink zoals duidelijk te horen was aan het welluidende
resultaat van deze lustrumscratchdagen in Bennekom.
De Krönungsmesse
van Mozart is waarschijnlijk geschreven voor de kroning van een Mariabeeld in
de Salzburger bedevaartkerk Maria Plain. Maar de mis kreeg bekendheid toen deze
onder leiding van Salieri werd uitgevoerd bij de kroning van de koning van Bohemen.
DIMENSIE
Het koor
opende met een toegewijd gezongen ‘Kyrie’. In de herhalingen van het Hosanna
spatte en spetterende deze blijde lofzang als fris wijwater door de ruimte. Het
‘Benedictus’, mooi gedragen en niet al te plechtig, kreeg er door de
imponerende mezzo van Annelies Lamm een memorabele dimensie bij.
EEUWIGE LEVEN
De cantate ‘Lauda
Sion Salvatorem’ schreef Mendelssohn op verzoek van de stad Luik. Het was
de tijd dat de Roomse kerk met nieuwe luiturgische impulsen de tegenaanval
inzette op de het verlichtingsdenken dat na de Franse revolutie opgang maakte.
De componist omschreef het werk als ‘delen met veel cantus firmus en trombones
en dergelijke’. Dit cantus firmus, de steeds terugkerende onveranderlijke
hofdsmelodie, erd door het koor grank, fries en vrij vertolkt. Het is een echte
lofzang met een montere opening en warme vloeiende koralen waarmee Mendelssohn
overigens zijn liefde voor Bach niet onder stoelen of banken stak. De
solo-partij in het zesde deel werd echter niet het hoogtepunt dat er van mocht
worden verwacht. De sopraan van Mieke Doeschot klonk op de brugjes die haar
stem van laag naar hoog moesten voeren bij vlagen onzeker en onvast.
Stralend,
bijna triomfantelijk, begroette het Vocalise Scratchkoor aan het eind van de
laudate het licht dat naar het eeuwige leven voert. Om te eindigen in een teder
bezonken meerwerf Amen!
Cees Hilberdink