Scratchdagen 2001: Recensie Gelders Dagblad


Een lofzang als fris wijwater

Concert door Vocalise Scratch Koor en Scratchorkest o.l.v. Albert Wissink. Solisten: Mieke Doeschot (sopraan), Annelies Lamm (alt), Kevin Doss (tenor) en Arnout Lems (bariton). Programma: Mozart, Mendelssohn. Gehoord: 12/5 De Brink
BENNEKOM

 

Voor de vijfde keer organiseerde het Edese Vocalise de Vocalise Scratchconcerten. Scratchconcerten zijn uitjes voor zangliefhebbers. Eén avond en één dag lang zing e in een instant-koor en studeer je met vocalisten uit alle windstreken een paar mooie koorwerken in. Het maakt niet uit of je goed kan zingen. Net als bij de olympische spelen deelnemen belangrijker dan winnen.

Badkamertenoren en schuifdeursopranen worden even hoog gewaardeerd als conservatoriumstudenten of popbandzangeressen. Van de honderdzestig scratchers hadden er dan ook zo’z zestig niet eerder in een koor gezongen. Dat was geen probleem voor koorfanaat en dirigent Albert Wissink zoals duidelijk te horen was aan het welluidende resultaat van deze lustrumscratchdagen in Bennekom.

De Krönungsmesse van Mozart is waarschijnlijk geschreven voor de kroning van een Mariabeeld in de Salzburger bedevaartkerk Maria Plain. Maar de mis kreeg bekendheid toen deze onder leiding van Salieri werd uitgevoerd bij de kroning van de koning van Bohemen.

 

DIMENSIE

 

Het koor opende met een toegewijd gezongen ‘Kyrie’. In de herhalingen van het Hosanna spatte en spetterende deze blijde lofzang als fris wijwater door de ruimte. Het ‘Benedictus’, mooi gedragen en niet al te plechtig, kreeg er door de imponerende mezzo van Annelies Lamm een memorabele dimensie bij.


EEUWIGE LEVEN

 

De cantate ‘Lauda Sion Salvatorem’ schreef Mendelssohn op verzoek van de stad Luik. Het was de tijd dat de Roomse kerk met nieuwe luiturgische impulsen de tegenaanval inzette op de het verlichtingsdenken dat na de Franse revolutie opgang maakte. De componist omschreef het werk als ‘delen met veel cantus firmus en trombones en dergelijke’. Dit cantus firmus, de steeds terugkerende onveranderlijke hofdsmelodie, erd door het koor grank, fries en vrij vertolkt. Het is een echte lofzang met een montere opening en warme vloeiende koralen waarmee Mendelssohn overigens zijn liefde voor Bach niet onder stoelen of banken stak. De solo-partij in het zesde deel werd echter niet het hoogtepunt dat er van mocht worden verwacht. De sopraan van Mieke Doeschot klonk op de brugjes die haar stem van laag naar hoog moesten voeren bij vlagen onzeker en onvast.

Stralend, bijna triomfantelijk, begroette het Vocalise Scratchkoor aan het eind van de laudate het licht dat naar het eeuwige leven voert. Om te eindigen in een teder bezonken meerwerf Amen!


Cees Hilberdink